zondag 23 oktober 2016

Verdraaid lekker

Ik dacht eerst dat ik iets fout deed. Mijn komkommers groeiden krom, de aardbeien hadden vreemde pukkels en sommige wortels hadden veel weg van een Siamese tweeling. Er groeiden afgelopen zomer nogal wat misvormde groenten in mijn moestuin. Totaal anders dan in de supermarkt waar alle groenten, gelijk van vorm en fris blozend, ons in de schappen tegemoet straalt. Nee, dan waren die van mij wel wat sneu en mislukt. Tenminste, dat dacht ik, totdat ik ze aan mijn vork prikte. Ze smaakten prima! En niet alleen omdat ik die buitenbeentjes allemaal zelf had groot gebracht. Sterker nog, mijn hartvormige tomaten waren zelfs lekkerder dan de waterige exemplaren uit de winkel. Na een seizoen ploeteren in de moestuin snap ik pas de charme van hun lelijkheid en nu wil ik eigenlijk niet anders meer.

innig worteltje
Eigenlijk is het toch absurd dat supermarkten alleen de perfecte exemplaren verkopen. En er daardoor dus enorme hoeveelheden groenten en fruit zomaar worden weggegooid. Alleen omdat het er niet uitziet zoals wij gewend zijn. In Frankrijk en België worden al langer groteske paprika’s, tweebenige wortels en andere misbaksels verkocht. En zo langzaamaan doen Nederlandse supermarkten hier gelukkig ook aan mee.

tweebenig worteltje

Ik zet komende weken nog met trots mijn Quasimodo’s op tafel. In de wintermaanden, wanneer mijn tuintje leeg is, dan denk ik met weemoed terug aan die rare snuiters. En ga ik in de supermarkt een greep doen in de bak met buitenbeentjes. Ik zou zeggen, probeer het ook eens. Ze zijn verdraaid lekker!

woensdag 5 oktober 2016

Als een kind zo blij...

Je kent ze wel, van die dagen. Gehaast naar school, snel naar de sportclub, tussendoor nog even koken en o, bijna vergeten, een vergadering vanavond. Bij ons thuis… Ja, van die dagen dus.
Dan verlang ik naar de zaterdagochtend. Naar even lekker rommelen in de moestuin. Want daar, met mijn handen in de klei komt mijn hoofd tot rust. En dat geldt niet alleen voor mij. Ook voor kinderen is de tuin een heerlijke plek. Mijn dochter heeft op zaterdag zelfs als eerste haar laarzen aan, klaar om te gaan. En ook de kinderen van mijn moestuin-vriendinnen gaan iedere week graag mee. Ik vind het een heerlijk gezicht, onze stadse kinderen die loom over het terrein rondbanjeren of juist druk in de weer zijn met kruiwagens, emmers en gieters. Wroeten in de aarde en gewoon lekker vies worden. Halverwege de ochtend gaan ze even bij het pasgeboren kalfje kijken. En als we klaar zijn in de tuin, dan drinken we nog wat aan de picknicktafel en verdelen de buit.

In het voorjaar was er nog niet zoveel te beleven, begin april was de grond nog kaal en de winterjas nog nodig. Maar al snel verscheen er volop leven in de tuin en kregen de kinderen er steeds meer plezier in. Want het bleek ontzettend leuk om met stokken een wigwam voor de bonen te maken. Om zelf je eigen worteltjes uit de grond te trekken. Mais ter plekke van de kolf af te bijten of om aardbeien te plukken en er stiekem één te snoepen, of twee, of drie. En zo helpen ze ons iedere week en willen zelfs volgend jaar een eigen tuintje.


Het voelt goed, het idee dat onze kinderen echt buitenspelen. En dat ze iets meekrijgen van het groeiproces van groenten die anders als vanzelfsprekend ieder avond op je bord belanden. Maar het is vooral een heerlijke bezigheid en een ontspannen begin van het weekend. Voor ons allemaal heel mindfull. En toch. Er is één puntje van aandacht.

Hoe houden we dat gevoel vast voor de rest van het weekend? Want eenmaal thuis, dan moet snel geluncht, nog nieuwe gymkleren gekocht, want ineens overal uitgegroeid. Is er een kinderverjaardag, moet er nog een band geplakt en o, bijna vergeten, er moet ook nog…
Zucht. Zaterdagmiddag, dan verlangen we alweer naar de tuin.